Rolstoelbasketbal

Basketbal is één van de meest populaire en spectaculaire teamsporten die over de hele wereld door sporters al dan niet met een beperking, zowel mannen als vrouwen, wordt gespeeld.

In België wordt zowel rolstoelbasketbal als basketbal voor mensen met een verstandelijke handicap (VE-basket) gespeeld.
De Vlaamse Basketballiga vzw werkt samen met de Parantee vzw en Recreas om basketbal voor mensen met een beperking te coördineren in Vlaanderen.

Een tiental clubs in Vlaanderen hebben 1 of meerdere rolstoelbasketbalteams, waaronder enkele ook een jeugdopleiding.

Rolstoelbasketbal in 1-2-3

Rolstoelbasketbal wordt gespeeld door sporters met een lichamelijke handicap. De spelregels tegenover het ‘gewone’ basketbal zijn slechts minimaal aangepast in functie van het gebruik van de rolstoel. Het belangrijkste verschil met basketbal is de loopfout. Een speler mag maximaal tweemaal aan de wielen duwen, met de bal op de schoot, en moet dan minstens éénmaal met de bal dribbelen. Bij het niet naleven van deze regel maakt de speler een fout die vergelijkbaar is met een loopfout in het basketbal.

Rolstoelbasketbal werd in 1960 voor het eerst op de Paralympische zomerspelen in Rome (Italië) geïntroduceerd. Voor 1960 stond rolstoelbasketbal ook al geprogrammeerd op de Stoke Mandeville Games, die de voorloper van de Paralympische Spelen vormen. Het bestuur is in handen van de IWBF (International Wheelchair Basketball Federation), waarbij momenteel clubs zijn aangesloten uit 77 verschillende landen.

Competitie

Samen met Parantee coördineert de Vlaamse Basketballiga de competitie rolstoelbasketbal. Clubs kunnen deelnemen aan de reguliere- en/of toernooiencompetitie afhankelijk van hun niveau. Jaarlijks wordt net zoals in het validenbasketbal een Beker van België en Beker van Vlaanderen georganiseerd.

Op Europees niveau kunnen Belgische teams deelnemen aan de Euroleague wheelchair basketball.

Recreatie

Naast de competitievormen worden 3-on-3 tornooien toernooien en wedstrijden georganiseerd door Parantee en Recreas.

Tijdens de cluboverschrijdende trainingen kunnen de jeugdspelers en beloftevolle jongeren tot ontplooiing komen. Er wordt getracht ook een jeugdcompetitie op poten te zetten, waar spelplezier en -ervaring centraal staan.

Classificatie voor rolstoelbasketbalspelers

Het classificatiecijfer is afhankelijk van de functionele mogelijkheden van een speler. Hoe groter de mogelijkheden hoe groter het classificatiecijfer is.

De spelers worden geclassificeerd door middel van een functionele en medische classificatie.
De functionele classificatie is vooral gebaseerd op sportspecifieke tests zoals werpen, passen, rebound en dribbelen. De medische diagnose of het onderzoek van de spierfuncties zijn minder van toepassing voor het classificeren. Toch is het een eerste indicator om een speler te plaatsen bij de start van zijn ’basket’ activiteiten.

Beginnende spelers, jeugdspelers en dames krijgen bonificaties volgens het reglement.
In basketbal wordt een speler ingedeeld in één van de acht klassen. De klassen gaan van 1.0 tot 4.5 (Klassen 1.0, 1.5, 2.0, 2.5, 3.0, 3.5, 4.0 en 4,5) waarbij een hoger cijfer aangeeft dat de speler minder motorische beperkingen heeft.

Het maximaal toegestane puntenaantal van een opgesteld team is 14.0 voor landenteams en 14.5 voor clubteams. Het gebruik van een maximum puntenaantal op basis van classificatiepunten zorgt voor gelijkwaardigheid in teams. Hierdoor zijn ook spelers met een ernstigere beperking noodzakelijk voor het team.

Hieronder wordt rolstoelbasketbal aan de hand van een filmpje een beetje beter uitgelegd.